Chris De Pauw is kapitein bij Brandweerzone Centrum in Gent en verantwoordelijk voor de evenementen binnen de brandweerzone. Al sinds de jaren 90 zetelt hij in de mobiliteitscel van Stad Gent. De geknipte man dus voor onze, euh, brandende vragen over de stadsboulevard en hoe de hulpdiensten ernaar kijken.
Kapitein, om maar meteen de grote vraag te stellen: wat denkt u van het idee van een groene, autoluwe stadsboulevard?
Daar dromen ze binnen de stad al lang van, ik hoor dat al twintig jaar. Wij zijn daar niet categoriek tegen, maar er moet een goed evenwicht gevonden worden. Wij zijn trouwens voorstander van klimaatadaptatie. Hoe minder verharding bijvoorbeeld, hoe minder ondergelopen kelders. Tegelijk moeten we te allen tijde de bereikbaarheid kunnen waarborgen.
Wat maakt brandweermobiliteit zo complex?
Alle hulpdiensten moeten met hun voertuigen zo dicht mogelijk bij een interventie kunnen komen, maar bij de brandweer is dat nog net iets lastiger. De ladderwagens, onze grootste voertuigen, zorgen soms voor een uitdaging. Ze zijn niet per se breder dan andere camions – zo'n 2,5 à 3 meter - maar hebben uitschuifbare poten om stabiliteit te verzekeren. Die poten schuiven in theorie onder de auto’s door, maar in de praktijk lukt dat zelden. We hebben dus echt ruimte nodig, niet alleen voor het voertuig zelf, maar ook om te kunnen opstellen. Dat moet op maximaal tien meter van de gevel, anders raken we er niet.
Als de bereikbaarheid gegarandeerd is, kunt u zich vinden in een ‘downgrading’ van de R40?
We zeggen daar niet nee tegen; dat is een evolutie die eraan zit te komen. Maar: de rijvakken moeten breed genoeg blijven zodat wij, als het autoverkeer stilstaat door een ongeval, er wél nog voorbij geraken.
Loopt u dan zoveel vertraging op onderweg?
Het is een optelstom aan problemen: een paal hier, een bankje daar, iemand die staat te laden en te lossen, file... Samen zorgt dat voor enorme vertragingen.
Nu, met moderne technologie en dynamische systemen kan heel veel. Palen kan men bijvoorbeeld laten zakken op frequentie van een sirene.
Hoe vermijd je vertraging op de R40? Hoe kunnen we die herinrichten om autoluwheid te verzoenen met vlotte doorstroming van de hulpdiensten?
De R40 is voor ons heilige grond: daar mogen geen innames van de weg voor privédoeleinden, zoals een verhuis, toegelaten worden. Enkel openbare werken of zaken van algemeen belang. De ring moet altijd vrij blijven.
Een voorbeeld van waar het niet goed is, is de N70 (Antwerpsesteenweg) door Lochristi. Daar is er ook 2x1 rijvak en eigenlijk is dat te smal, want de auto’s hebben onvoldoende plaats om uit te wijken. Zeker door die middeneilanden – zoals je ze ook op de Nieuwewandeling ziet - zijn ofwel meerdere ofwel bredere rijvakken noodzakelijk zodat bestuurders kunnen uitwijken voor de hulpdiensten.
Een andere mogelijkheid is een overrijdbare middenberm. Maar een middenberm is natuurlijk ook uitermate geschikt voor bomen die breed en hoog kunnen uitgroeien. Een andere optie is een rijstrook die wordt vrijgehouden voor het openbaar vervoer. Die kan ook dienen voor de hulpdiensten.
Busbanen en trambeddingen kunnen inderdaad gemakkelijk dienen als uitwijkmogelijkheid. Een busbaan is maar om de zoveel minuten in gebruik waardoor wij deze heel gemakkelijk kunnen gebruiken.
Daarnaast zien wij bomen ook liever op een middenberm, verder weg van de gevels. Overigens: een mensenleven mag nooit afhankelijk zijn van een boom. We zagen die om of snoeien die als dat nodig zou zijn, maar dat is bij mijn weten nog nooit voorgevallen.
Er is nog een andere mogelijkheid. De modal split, zoals die vandaag is in Gent, rechtvaardigt een breed fietspad. Ook dat kan een oplossing zijn. De brandweer was de eerste om een fietspad van vier meter breed voor te stellen in Gent, weet je dat? Dat was in de jaren tachtig, bij de heraanleg van de Sas- en Bassijnwijk (overkant Vlaamsekaai). We gebruikten toen precies dat argument: het fietspad kan dan ook dienen als brandweerweg. Ze hebben ons toen uitgelachen, maar het ligt er nu wel nog altijd én kan indien nodig door ons gebruikt worden. Ik pleit al lang voor dubbel gebruik: infrastructuur die nuttig is voor iedereen en waar wij in noodsituaties ook gebruik van kunnen maken. Ondertussen is dat de norm geworden, maar dat was toen nog niet het geval.
Een ander voorbeeld waar wij advies gegeven hebben is de heraanleg aan het rondpunt van het UZ, Corneel Heymanslaan. Het is daar ook maar één rijvak breed – veel te smal - maar het middeneiland bestaat uit grasdallen van een dikke meter. Dat is genoeg om andere voertuigen te laten uitwijken of om met onze zware camions over te rijden om door te kunnen. Dus je ziet, de rijweg insnoeren en tegelijk een vlot bereik van de hulpdiensten garanderen: het kan.