Wie kan ons beter vertellen hoe het is om te wonen aan de kleine ring dan de bewoners zelf?
Zij weten als geen ander hoe het is om dagelijks gebruik te maken van de R40 én hebben soms de beste ideeën over hoe het anders kan.
Lieven Farkas, ooit nog bestuurslid bij GMF, woont al meer dan 25 jaar op de kleine ring. Hij heeft het verkeer in die tijd heel wat zien toenemen, maar woont er wel erg graag.
‘Het grote voordeel is dat ik alles te voet kan doen. Winkels, cultuur, het station, alles is op wandelafstand. Ik woon op de 4de verdieping en daardoor is het ook best rustig. Ik kijk langs de ene kant uit op het Citadelpark en aan de andere kant op de torens van Gent.
Het grote nadeel is dat er hier enorm veel fijn stof is, op vlak van gezondheid is hier wonen zeker niet ideaal.
Dat is denk ik het grootste verschil met 25 jaar geleden, er is echt veel verkeer bijgekomen. Er is eigenlijk altijd veel verkeer en er is bijna altijd file tijdens de spitsuren.
Uiteraard vind ik de plannen voor een stadsboulevard een goed idee. De meerwaarde kan echt wel worden aangetoond. Het zou beter zijn voor de gezondheid, beter voor de veiligheid, het wordt gezelliger, er komt meer plek voor recreatie en terrasjes. En kinderen kunnen hier misschien op straat spelen, dat is nu gewoon onmogelijk.
Als je ziet hoeveel weerstand er geweest is om het centrum wat verkeersarmer te maken, denk ik dat het voor een stadsboulevard belangrijk is allereerst op zoek te gaan naar draagvlak.
Daarnaast lijkt het mij echt heel interessant om te onderzoeken wie er nu eigenlijk precies op de ring rijdt. Slechts een klein aantal bestuurders zijn volgens mij mensen die hier wonen of werken. Voor de rest is het vermoedelijk toch grotendeels doorrijdend verkeer. Als we die kunnen omleiden zullen we het aantal auto’s al flink reduceren. En dan is de vraag natuurlijk of zo’n omleiding überhaupt mogelijk is.’
GMF-lid Lander woont sinds 2019 in een appartement aan de Nieuwevaart. Verkeersveilig zou hij zijn buurt zeker niet noemen, maar hij nam wel afscheid van zijn auto en neemt voor elke verplaatsing steevast de fiets.
‘Tijdens de pandemie was het heerlijk om hier te wonen: stoel voor het raam, raam open en met de voetjes op de balustrade. Nu kan je dat natuurlijk niet doen, want er is te veel lawaai en stank van het verkeer.
Stad Gent heeft hier al heel wat verbeteringen aangebracht. De fietspaden zijn breed en gescheiden van de rijbaan en er is maar 1 strook voor auto’s, de andere is voor bussen en de brandweer.
Toch werd ik hier vorig jaar aangereden. Auto’s en fietsers hebben tegelijkertijd groen aan de Lidl. Ik reed rechtdoor en een auto reed bij het afdraaien recht op mij. Ik hield er gelukkig niets aan over, maar mijn fiets was wel kapot.
Maar ook de brug aan de Wiedauwkaai is voor fietsers echt niet veilig, je kan eigenlijk nog het beste afstappen en het voetpad en zebrapad gebruiken.
Ik ben zeker gewonnen voor jullie idee van een stadsboulevard, dan zou ik hier rond het water wel eens een wandelingetje maken. Alleen heb ik momenteel niet veel vertrouwen in ons stadsbestuur. En dan heb ik het niet alleen over het verkeer.
Het is aan hen nu om uit te zoeken hoe we dit kunnen verwezenlijken, maar daarnaast is er bij de mensen toch ook een mentaliteitswijziging nodig.
Als ik hier met mijn fiets rijd, zie ik zoveel auto’s waar bijvoorbeeld maar 1 iemand in zit. Ik heb zelf een tijdje een wagen gehad en ik deed het zelf ook. ‘s Morgens in de file sta je dan tussen allemaal auto’s waar ook maar 1 persoon in zit…
Ik gebruikte de auto te vaak en ook voor kleine afstanden. Nu neem ik terug voor alles graag mijn fiets.’
Sophie woont al 13 jaar aan de Rooigemlaan. Sophie is parlementair medewerker voor Groen en ze is sinds januari 2025 ook gemeenteraadslid in Gent.
Ik bezoek haar thuis en moet daarvoor een behoorlijk onaangename wandeling maken langs de Rooigemlaan, oversteken lukt moeilijk en het lawaai van de camions is heftig.
‘Ik woon al 13 jaar heel graag in dit huis, maar ik heb zeker ook wat frustraties. Je zit hier echt op een autobaan. Er is veel verkeer, er is de vervuiling en het is zo jammer dat je niet eens met je buren aan de deur kan babbelen, gewoon omdat het te luid is.
Om die redenen heb ik ook al heel wat mensen zien komen en gaan. Na een tijdje komen veel mensen toch tot de conclusie dat het gewoon te heftig is.
Ik maak elke dag onveilige situaties mee. Ik moet meerdere keren per dag de Rooigemlaan oversteken. Het dichtstbijzijnde zebrapad is er één zonder verkeerslichten en daar sta je soms heel erg lang te wachten, zelfs lijnbussen hebben niet de reflex om te stoppen om voetgangers door te laten.
Ook het fietspad is erg onveilig. Dat is hier eigenlijk echt een beetje een moordstrookje, hé. Langs de ene kant autodeuren van geparkeerde auto’s die openzwaaien en aan de andere kant bussen of vrachtwagens.
Met de parkeerstroken erbij palmen auto’s 6 rijstroken in en fietsers hebben hier amper een meter.
Ik begrijp eigenlijk echt niet waarom er nog niet eens kleinere ingrepen gebeurd zijn om het hier veiliger te maken. Er zijn bijvoorbeeld geen verkeersdrempels en geen wegversmallingen.
Het klinkt heel hard, maar het is gewoon een politieke keuze om je handen af te trekken van de veiligheid en de leefbaarheid hier.
De meeste ongelukken in deze stad gebeuren op kruispunten op de R40, hoe lang zal de Vlaamse regering nog doen alsof dat normaal en aanvaardbaar is? Ze kijken gewoon weg en ze doen niets.
Het is uiteraard heel erg tegen de zin van Groen dat de stadsboulevard zo weinig aan bod komt in het nieuwste bestuursakkoord. Mobiliteit zit helaas bij een andere partij momenteel en dat voel je meteen. Maar ik denk dat het belangrijk is dat we ons niet uit het lood laten slaan. Heel wat doelstellingen zoals vergroening, ontharding, afwatering, zuurstof, klimaatdoelstellingen én sociale doelstellingen kunnen gehaald worden door het aanpakken van deze asfaltvlakte. Het is volgens mij the only way forward. Het is compleet ondenkbaar dat deze weg er over dertig jaar nog zo uitziet.
‘Hoe lang zal de Vlaamse regering nog doen alsof dat normaal en aanvaardbaar is?’
Als Groen in Gent kon kiezen zou de eerste stap zijn dat we effectief de beslissing nemen om ervoor te gaan. Alles op alles zetten om de Vlaamse regering te dwingen om hier iets aan te doen. Want wij als bevolking en als bestuur accepteren dat niet meer. Een tweede stap zouden participatieve trajecten zijn. In de Brugse Poort is een heel rijk organisatieleven. Ik denk dat we die allemaal moeten inschakelen en via die organisaties kan je de bevolking hier warm maken voor de boulevard. Veel mensen hebben daar waarschijnlijk gewoon nog niet over nagedacht, maar met bijvoorbeeld de beelden van GMF kunnen we de verbeelding wel prikkelen. Die droombeelden hebben ook bij mij echt wel iets in gang gezet. Voorheen was ik er wel al mee bezig, maar dankzij jullie was daar ineens de totaalvisie.
Sowieso moet zo'n transformatie kaderen in een andere mobiliteitsvisie. We zitten nu nog heel hard in die jaren ’70-, jaren ‘80-visie dat het summum van beschaving is dat iedereen zijn eigen auto voor de deur heeft.
‘Gentenaars zijn flexibel, ze zullen de weerstand snel overwinnen.’
We moeten werk maken van de mobiliteitsshift. Het openbaar vervoer moet aangepakt worden en ook in deelauto’s zit er nog veel potentieel.
Eigenlijk zouden we moeten gaan naar een situatie waarin mensen niet echt per se een eigen auto nodig hebben. Dat die ook gewoon de conclusie maken dat een auto te duur is, dat die toch altijd stilstaat voor de deur en dat ze hem dus gewoon wegdoen.
Er zal altijd weerstand zijn, maar we hebben het op andere plaatsen in Gent ook al gedaan. Wie treurt er om de verloren parking aan de Reep? Zijn er echt mensen die nostalgisch zijn naar de parking aan het Belfort?
Vaak kunnen we ons al snel niet meer voorstellen hoe het vroeger was. Gentenaars gaan volgens mij de weerstand snel overwinnen, zo flexibel zijn ze wel.’